“Spoor nierschade vroegtijdig op met bevolkingsonderzoek”

, door Helma Erkelens
foto: Henk Veenstra

Nierschade opsporen voordat er ernstige gezondheidsschade optreedt: dat is de missie van UMCG-hoogleraar nefrologie Ron Gansevoort. In zijn oratie op 16 februari houdt hij een pleidooi voor een bevolkingsonderzoek zoals dat er al is voor darmkanker. “Vroegtijdige ontdekking voorkomt veel persoonlijk leed en hoge kosten voor de gezondheidszorg.” 

De cijfers liegen er niet om. Tien procent van de Nederlanders heeft chronische nierschade, variërend van licht tot ernstig. Een test op eiwitverlies in de urine brengt het aan het licht. Nierschade kan op den duur leiden tot aando​​​eningen als hart- en vaatziekten, trombose en nierfalen. 
“Als mensen toch al een buisje met ontlasting vullen, kunnen ze net zo goed even wat urine opvangen in een ander buisje.”

Toch gaan de alarmbellen niet af als er eiwit in de urine wordt gevonden, ziet Gansevo​ort. “Wanneer jij naar de huisarts gaat en die zegt ‘je hebt een matig gestoorde nierfunctie’, dan denk je ‘matig, dan kan het niet erg zijn’. Maar weet wel dat een 50-jarige man met deze diagnose kan verwachten dat hij net zoveel jaren korter leeft als bij darmkanker.”

​En: “Een ernstig gestoorde nierfunctie betekent voor de patiënt ellende. Dialyseren heeft zo’n impact op iemands leven. Altijd doodmoe, niet kunnen functioneren en maar afwachten of er uiteindelijk een donornier is.”

​​​Het kan uit

Een bevolkingsonderzoek is kostbaar. Er moet een hele organisatie worden opgetuigd voor screening, labonderzoek en administratie. Al een tijd terug rekenden Gansevoort en zijn collega’s het uit. Hun conclusie: screening op eiwit in de urine kan uit. 

“Die situatie is nu nog gunstiger geworden. We kunnen zo meeliften met het darmkankeronderzoek. Als mensen toch al een buisje met ontlasting vullen, kunnen ze net zo goed even wat urine opvangen in een ander buisje. Niet een maar twee buisjes in dezelfde envelop naar het lab.”

Iedereen van 55 jaar en ouder krijgt een oproep voor het darmkankeronderzoek. Voor het nierschadeonderzoek komt die leeftijdsgrens goed uit. “Ook nierschade komt het meest voor bij ouderen.”

​Preventie is de rode draad

Gansevoort is vooral een dokter die ook onderzoek doet en niet andersom, zegt hij zelf. Hij koos al jong voor de nefrologie. “Je hebt te maken met chronisch zieke patiënten. Ze gaan langzaam achteruit in nierfunctie, komen na verloop van tijd in dialyse maar dan kan je ze weer transplantatie bieden als behandeling. Je hebt dus altijd een hoopfactor. Dat is voor de patiënt belangrijk, maar voor mij ook. Ik loop heel lang met patiënten mee, we leren elkaar goed kennen. Dat is voor mij waardevol.”

Preventie is de rode draad in zijn onderzoek. Hij promoveerde op onderzoek naar ernstig zieke mensen met heel veel eiwitverlies en vond dat bepaalde geneesmiddelen dit verlies konden verminderen. 

Ook konden ze de nierfunctieachteruitgang vertragen. Daarmee was bewezen dat eiwitverlies ertoe doet en dat er wat aan gedaan kon worden. “En dan is de volgende stap: maar een klein beetje eiwitverlies dan? Doet dat er toe? Daarvoor is in de jaren negentig PREVEND opgezet.” 

PREVEND is inmiddels een wereldberoemde studie waarin 8.500 Groningers jarenlang werden gevolgd. De studie toonde aan dat een klein beetje eiwitverlies in de urine een teken is van nierschade en een voorspeller van medische problemen, zoals nierfunctie achteruitgang. 

De deelnemers aan PREVEND worden nu gevolgd in het Groningse bevolkingsonderzoek LifeLines​, dat in een nog groter verband gegevens over de ontwikkeling in de gezondheid verzamelt.

​Data van miljoenen mensen

Naar aanleiding van de PREVEND-resultaten kregen Gansevoort en zijn toenmalige afdelingshoofd de uitnodiging om mee te denken over een nieuwe classificatie, een indeling van verschillende stadia nierschade. Kunnen we nog veel harder aantonen dat eiwitverlies in de urine een vroeg teken van nierschade is, vroegen beiden zich af. En wat daarvan de gevolgen zijn? 

“Preventie zet veel meer zoden aan de dijk dan wanneer je mense​​n die al heel ernstig ziek zijn probeert ‘op te lappen’.”​​“Als je dat allemaal goed wilt onderzoeken en harde conclusies wilt kunnen trekken, heb je enorme hoeveelheden data van miljoenen mensen nodig. Die data zijn wij gaan verzamelen: wij, dat zijn twee medische centra in de VS en het UMCG. We hebben relevante onderzoeksgroepen over de hele wereld opgespoord en gevraagd of ze gegevens beschikbaar wilden stellen. Voor onze onderzoeksvragen, maar ook voor die van henzelf.” 

Het leidde niet alleen tot een nieuwe mondiaal geldende classificatie ​van nierschade, maar ook tot tal van publicaties in wetenschappelijke toptijdschriften.

Cyste​​​​nieren

Een ander preventiespoor dat Gansevoort volgt, is het voorkomen van nierfunctieachteruitgang bij mensen met cystenieren: een erfelijke aandoening waarbij met vocht gevulde bolletjes het gezonde nierweefsel verdringen. “Vrijwel alle patiënten komen uiteindelijk in dialyse.” 

Gansevoort en zijn team zijn ver in het vinden van een behandeling die de nierfunctieachteruitgang tegengaat. Daardoor hoeven patiënten minder snel in dialyse. “Als het goed is zijn er in 2018 twee medicijnen op de markt.”

​​Zoden aan de dijk

De nefrologie heeft de afgelopen 20-30 jaar een enorme ontwikkeling doorgemaakt, zegt hij. “Vroeger richtten nierspecialisten zich alleen op mensen met eind​stadium nierfalen. Patiënten in dialyse, getransplanteerd of er vlak voor. Mijn punt is: je moet nierschade vroeg opsporen en dan preventieve behandelingen toepassen, zodat mensen pas heel laat of misschien wel nooit het stadium van nierfalen bereiken. Preventie zet veel meer zoden aan de dijk dan wanneer je mensen die al heel ernstig ziek zijn probeert ‘op te lappen’.”

Meer informatie over de behandeling van eiwit in de urine​​​ in het UMCG​

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.