Vernieuwingen in de vaatchirurgie

, door Theone Joostensz
foto: Henk Veenstra

Apparatuur die tijdens het dotteren meet of de behandeling aanslaat: dat is een van de innovaties die Jean-Paul de Vries wil implementeren. De Vries is vaatchirurg, hoogleraar chirurgie en afdelingshoofd bij het UMCG. In zijn oratie dinsdag 14 mei getiteld ‘De kunst van het innoveren’, gaat hij uitgebreid in op de nieuwste technologische ontwikkelingen binnen de (vaat-)chirurgische zorg.

Toen De Vries vorig jaar augustus werd aangesteld als afdelingshoofd chirurgie in het UMCG had hij één eis: hij wilde twee dagen in de week als vaatchirurg blijven werken en operaties blijven doen. Om voeling te houden met de patiënten en met het vak.

Zijn woonplaats Nieuwegein verruilen voor Groningen vond hij geen probleem. “Het gaat erom welk vak je wilt uitoefenen en waar de mogelijkheden zijn”, vindt hij. “Locatie is daar ondergeschikt aan. Bovendien, er is niks mis met Groningen.”

Een vaatchirurg behandelt patiënten met aandoeningen aan de grote bloedvaten, zoals de hals-, buik- en beenslagaders. Vernauwde slagaderen worden gedotterd - door middel van een ballonnetje opgerekt - zodat het bloed weer normaal kan stromen.

Of er wordt een omleiding langs de vernauwing gemaakt door een bypassoperatie. Is een bloedvat verwijd, dan plaatst de vaatchirurg daar een soort van nieuwe binnenband in, een stent. Zo wordt de slagader van binnenuit hersteld. “We behandelen alle grote bloedvaten, behalve die van het hart”, zegt De Vries. “Dat is het terrein van de hartchirurg.”

Zuurstofcapaciteit

Naast de patiëntenzorg leidt De Vries een aantal innovatieve onderzoeken. Zoals het testen en gebruiken van apparatuur die de hoeveelheid zuurstof meet in het weefsel van patiënten met vernauwingen in de bloedvaten in het onderlijf.

“Door een vernauwde bekken-, onderbeen- of bovenbeenslagader kan het bloed niet goed naar de benen stromen. Daardoor komt er niet genoeg zuurstof in de benen wat verkramping of zelfs wonden tot gevolg heeft”, zegt De Vries.

“Deze patiënten hebben vaak pijn bij het lopen. Een deel van hen heeft zelfs pijn in rust, en ontwikkelt wonden aan onderbenen en voeten. Dat zijn de patiënten die bij ons komen. Met een dotterbehandeling openen we het bloedvat en hopen we dat de weefselperfusie, de zuurstofcapaciteit in het weefsel, toeneemt.

“Doorgaans weet je pas na een paar weken of dat zo is; als de pijn is verdwenen en de wonden genezen. Wij zijn nu bezig met het testen van apparatuur die de weefselperfusie al kan meten tijdens het dotteren of de bypassoperatie. Zodat we direct zien of de behandeling aanslaat of dat we een andere slagader moeten dotteren. Deze apparatuur willen we ook geschikt maken om de weefselperfusie bij patiënten thuis te kunnen meten, bijvoorbeeld door een wondverpleegkundige.”

Voorspellende software

In een ander onderzoek ontwikkelde De Vries software waarmee je het contactoppervlak kunt meten tussen een stent en de wand van de grote lichaamsslagader. De Vries: “De vaatchirurg brengt een stent in die zich hecht aan een stukje gezonde slagader. Met CT-scans wordt regelmatig gekeken of de stent nog goed zit. Is het contactoppervlak bijvoorbeeld gehalveerd, dan is de stent aan het verschuiven.

“Met deze software kunnen we voorspellen of dit probleem zich voor gaat doen. De vervolgstap is nu om de software als standaardpakket te leveren voor CT’s zodat deze op grote schaal kan worden gebruikt. Want dat is de kunst van het innoveren, de stap tot implementatie van nieuwe technieken of werkwijzen.”

Telemonitoring

Hoe fitter de patiënt een operatie in gaat, hoe beter hij er weer uitkomt. Dat is het principe van ‘better in, better out’. “We willen door middel van telemonitoring beter inzicht krijgen in de mentale en fysieke gesteldheid van de patiënt. Daarnaast willen we hem in een betere conditie krijgen in het voortraject”, zegt De Vries.

“Dat betekent dat we hem willen monitoren voor, tijdens en na de operatie. Hoe actief is hij? Wat is zijn bloeddruk, zijn hartslag, hoe laat eet hij, wanneer neemt hij zijn medicijnen in?”

“Dat klinkt een beetje als Big Brother, maar het idee is dat we patiënten beter leren kennen zodat we hen ook beter kunnen begeleiden op de afdeling of thuis. Telemonitoring wordt in ziekenhuizen al toegepast bij long- en hartpatiënten. Het innovatieve van dit project zit ‘m erin dat we het hele traject pakken, en dan met name het voortraject. Momenteel onderzoeken we of dat ook mogelijk is en of mensen dit willen. Misschien vinden ze het helemaal geen prettig idee.”  

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.