“Verpleegkundigen zien de hele mens”

, door Marte van Santen

Meer dan een kwart eeuw stond ze op de bres voor alle verpleegkundigen in Nederland. Nu neemt hoogleraar Verplegingswetenschappen Petrie Roodbol (64) afscheid. “Geef verpleegkundigen het respect dat ze verdienen.”

Verplegingswetenschappen? Is dat een studie?

“Helaas krijg ik die vraag nog regelmatig. Vermoedelijk omdat het een relatief jong vakgebied is. We zijn in de jaren '80 heel klein begonnen. Dertig jaar later staat het thema goed op de kaart. Zo zijn er in Nederland inmiddels dertien hoogleraren verplegingswetenschappen. Maar inhoudelijk beginnen we eigenlijk pas net. In de zorg gaat het vaak over 'evidence based' behandelingen en methodes. Oftewel: handelswijzen waarvan wetenschappelijk is bewezen dat ze werken. Binnen de verpleegkunde is dat soort bewijs echter beperkt. Er valt kortom nog genoeg te onderzoeken.”

Waarom was het nodig om daar — naast alle bestaande gezondheidsstudies — een nieuw vak voor in het leven te roepen?

“Artsen zijn vooral gericht zijn op diagnostiek en behandeling. Verpleegkundigen hebben oog voor de hele mens. Voor alles wat er om een ziekte heen gebeurt en wat de gevolgen daarvan zijn. Dat vraagt om andere kennis en kundigheid. Daarnaast is het belangrijk om onderzoek te doen naar het vak van verpleegkundige zelf en hoe je verpleegkundige zorg het beste kunt organiseren. We hebben die inzichten nodig om het beroep toekomstbestendig te maken.”

Heeft dat de afgelopen decennia al concrete resultaten opgeleverd?

“Zeker weten. Dankzij verpleegkundig onderzoek wordt inmiddels op tal van terreinen anders gewerkt. Pre-operatief scheren gebeurt bijvoorbeeld niet meer, omdat we inmiddels weten dat dat qua hygiëne meer kwaad dan goed doet. En het aantal patiënten met een delier is afgenomen,  omdat we meer alert zijn op zo'n periode van acute verwardheid na bijvoorbeeld een operatie. Zo zijn er nog veel meer praktische voorbeelden.”

Van huis uit bent u kinderverpleegkundige. Hoe belandde u in het onderzoek?

“Als kind liep ik in een ziekenhuis een keer langs de te vroeg geboren baby's. Toen ik die kleine couveusekindjes achter het raam zag liggen, wist ik: hier wil ik werken. Na mijn afstuderen werd ik al snel hoofd. Fantastisch werk, maar op een gegeven moment kon ik me binnen mijn vak niet verder ontwikkelen. Bovendien wilde ik mijn kennis graag overdragen. Ik ben toen — naast mijn fulltime baan —verplegingswetenschappen gaan studeren. Niet lang daarna werd ik gevraagd om in Groningen te gaan werken. Gaandeweg ben ik me hier steeds meer op beleid en onderzoek gaan richten.”

Heeft u de verpleegkundige praktijk nooit gemist?

“Heel erg! Maar ik vind het ook ontzettend leuk om onderzoekers te begeleiden en om mee te denken over de organisatie van de zorg. Het is een voorrecht dat ik tijdens mijn carrière op al die terreinen iets heb kunnen bijdragen.”

Bij uw benoeming tot hoogleraar in 2012 zei u dat de verpleegkundige opleiding en praktijk niet goed op elkaar aansloten. Hoe is dat anno 2018?

“We zijn op de goede weg, maar het kan nog beter. Voorheen bepaalden scholen de inhoud van de studies helemaal zelf. Met als gevaar dat studenten werden opgeleid voor een vak dat te weinig praktisch was. Wat niet hielp was dat zowel MBO- als HBO-studenten uiteindelijk in dezelfde functie belandden: die van verpleegkundige. Zonde, wat zo benut je de kennis en vaardigheden van mensen niet optimaal. Gelukkig zijn opleidingen, zorginstellingen, bedrijven en gemeenten afgelopen jaren nauwer gaan samenwerken, zodat het gat tussen theorie en praktijk steeds kleiner wordt. En dankzij de scheiding van opleidingsniveaus en taken komen verpleegkundigen beter tot hun recht.”

Nu gaat u met pensioen. Vreest u het beruchte zwarte gat?

“Het zal zeker even wennen zijn. Maar helemaal stoppen doe ik natuurlijk niet. Ik heb nog tien promovendi, die ik begeleid tot ze klaar zijn met hun onderzoek. En als ik bijvoorbeeld de politiek van advies kan voorzien, doe ik dat graag. Verder verheug ik me erop eindelijk eens tijd te kunnen maken voor andere zaken. Voor mijn werk heb ik veel gereisd. Helaas waren die tripjes vaak te kort om daadwerkelijk iets van een land mee te krijgen. Vanaf nu doe ik dus aan slow travel. Verder ligt er een verlanglijstje met cursussen klaar, van koken tot kunstgeschiedenis. Want uitgeleerd ben ik natuurlijk nooit.”

Heeft u bij uw afscheid nog een gouden tip voor beleidsmakers hoe ze het groeiende tekort aan verpleegkundigen kunnen verhelpen?

“Als ik die had, was er nu geen schaarste! Het is een ingewikkeld probleem, dat over veel meer gaat dan alleen arbeidsvoorwaarden. Natuurlijk willen verpleegkundigen een redelijk salaris. Maar het allerbelangrijkste is dat we ze als volwaardige professionals behandelen en ze het respect geven dat ze verdienen. Zo ongeveer elke organisatieverandering in de zorg komt uiteindelijk op het bordje van de verpleegkundigen terecht. Beleidsmakers zijn zich te weinig bewust van wat dat in de praktijk betekent. Neem ze serieus en faciliteer ze zo goed mogelijk in het onmisbare werk dat ze doen. Dan zul je zien dat er niet alleen meer verpleegkundigen in de zorg komen werken, maar vooral ook dat ze er graag willen blijven.”

Petrie Roodbol (1953) begon haar loopbaan als kinderverpleegkundige in Leiden. Al snel kreeg ze verschillende leidinggevende functies. Nog tijdens haar studie verplegingswetenschappen werd ze in 1991 gevraagd om in het UMCG te komen werken. Eind jaren '90 was ze mede verantwoordelijk voor de introductie van de functie van nurse practioner (verpleegkundig specialist) in Nederland. In 2005 promoveerde ze op een onderzoek naar taakherschikking tussen artsen en verpleegkundigen. Van 2007 tot 2016 was ze hoofd van het Wenckebach Instituut van het UMCG, dat zich richt op de ontwikkeling en opleiding van professionals in de zorg. Sinds 2012 is Roodbol bijzonder hoogleraar.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.