Voor een goede prothese zijn controle, cosmetiek én comfort onmisbaar

, door Marte van Santen
foto: Henk Veenstra

​Een paar duizend Nederlanders mist (een deel van) een hand of arm. Hun protheses zijn niet altijd even gebruikersvriendelijk. Tijd om daar verandering in te brengen, vinden revalidatiearts Corry van der Sluis en bewegingswetenschapper Raoul Bongers van het UMCG.

Je staat er vermoedelijk nooit bij stil, maar je handen zijn ongelofelijk geavanceerde instrumenten. Met alle verschillende bewegingen en grepen die ze kunnen maken, behoren ze tot de ingewikkeldste onderdelen van je lichaam.

Bovendien is het aansturingssysteem van al functies ook nog eens enorm complex. Het is één van de redenen dat het de afgelopen decennia zo lastig is gebleken om een goed bruikbare handprothese te ontwerpen. Een andere is dat de ontwikkeling van de benodigde techniek peperduur is.

Bionische hand

Het verklaart waarom er pas sinds 2006 een handprothese op de markt is, waarvan de duim en vingers afzonderlijk kunnen bewegen. Daarvoor maakt die zogenaamde bionische hand gebruik van natuurlijke spierspanning. Wil je bijvoorbeeld iets oppakken, dan sturen je hersenen een signaaltje naar de spieren in je arm, legt revalidatiearts Corry van der Sluis uit. Als die vervolgens aanspannen, raken ze elektrisch geladen. Door elektroden op de stomp van een patiënt te plakken, kunnen we de spierspanning naar een minicomputer in de prothese geleiden en vertalen naar bewegingen van de duim en vingers.

Zo simpel als dat ogenschijnlijk klinkt, zo ingewikkeld is dat in de praktijk. De spieractiviteiten in je armen vormen namelijk een complex samenspel, dat niet gemakkelijk is te ontrafelen. Daar komt bij dat bij veel patiënten in hun stomp beschadigde spieren hebben, of dat die deels zijn verlittekend door de vorming van littekenweefsel.

Patiënten met de huidige generatie bionische handen kunnen daarom meestal maar drie of vier grepen doen, zegt bewegingswetenschapper Raoul Bongers. Maar er is een experimenteel model met veel meer mogelijkheden, wel zeven verschillende grepen. We onderzoeken nu hoe patiënten kunnen leren om dat zo goed mogelijk te gebruiken en zo de extra opties optimaal te benutten. Als deze prothese straks goed en veilig werkt, kan die de kwaliteit van leven van gebruikers enorm verbeteren.

Serious games

Zoals gezegd zijn de nieuwste myo-elektrische handprotheses, zoals ze officieel heten, een geniaal staaltje techniek. Eén probleem: de knappe koppen die ze ontwerpen, staan volgens Van der Sluis en Bongers niet altijd voldoende stil bij het gebruikersgemak. De Delftse ingenieur Plettenburg verwoordde het helder: voor een goede prothese zijn controle, cosmetiek én comfort onmisbaar.

Helemaal eens, zegt Van der Sluis. Vooral het comfort zien engineers nogal eens over het hoofd. Maar als een prothese heel zweterig is of nek- of schouderklachten veroorzaakt, leggen mensen hem in de kast. Hetzelfde gebeurt als hij niet praktisch is in het gebruik.

Het blijkt namelijk niet vanzelfsprekend dat gebruikers goed met de gecompliceerde nieuwe protheses overweg kunnen. Daarvoor moeten ze flink trainen. Van de EU hebben we subsidie gekregen om een methode te ontwikkelen, waarmee mensen hun handprothese meer intuïtief kunnen aansturen, vertelt Bongers.

Zo hebben we een computergame gemaakt, waarmee gebruikers specifiek met de nieuwe functies kunnen oefenen. Met als ultiem doel: dagelijkse bezigheden, zoals het uitschenken van een flesje drinken, makkelijker maken.

Prothese-op-maat

Maar het UMCG doet meer onderzoek, bijvoorbeeld over hoe doeltreffend de verschillende bestaande protheses zijn en welke voor wie het meest geschikt is. Het gebruik van een geavanceerde bionische hand vraagt zoals gezegd nogal wat vaardigheid. Lang niet iedereen kan of wil er tijd en energie in steken om die te ontwikkelen. Vergelijk het maar met leren van pianospelen. Daar heb je én een zekere aanleg én doorzettingsvermogen voor nodig. Zo is het ook met het gebruik van een supersonische handprothese.

Van der Sluis: Het nieuwste prototype kost al gauw 50.000 euro. Als verzekeraars dat bedrag in de toekomst al willen vergoeden, moet je wel zeker weten dat iemand er echt baat bij heeft. En dat is voor lang niet iedereen zo. Voor een boer die op het land werkt, is zo'n technisch huzarenstukje bijvoorbeeld helemaal niet geschikt. Daar is dat veel te kwetsbaar voor.

Uit eerder onderzoek is gebleken dat maar liefst 30 procent van de mensen met een bionische hand de prothese uit onvrede met de gebruiksvriendelijkheid in de kast legt. Zonde natuurlijk, besluit Van der Sluis. We willen dus een beter beeld krijgen welke protheses waarom wel of niet werken en of die eventuele extra kosten waard zijn. Als we dat weten, kunnen potentiële gebruikers nog beter helpen om de juiste keus te maken. Want de pot met geld kan maar één keer worden verdeeld.

Hoogleraar Corry van der Sluis, revalidatiearts bij het Hand- en Polscentrum van het UMCG, houdt zich bezig met hand- en polsproblemen, vooral als gevolg van ongevallen, sportletsels, aangeboren afwijkingen en reumatische of chronische aandoeningen. Ze is gespecialiseerd in armamputaties en de protheseverstrekkingen die daarvoor nodig zijn.

Universitair hoofddocent Raoul Bongers is verbonden aan het Centrum voor bewegingswetenschappen van het UMCG. Zijn onderzoek richt zich vooral op het proces van het aanleren van (nieuwe) bewegingen met armen en handen.

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.