Wanneer komt iemand in aanmerking voor orgaandonatie?

, door Marjolein te Winkel

Op 1 juli gaat de nieuwe donorwet in. In deze wet is vastgelegd dat iedereen in aanmerking komt om orgaandonor te zijn, tenzij iemand zelf aangeeft dat niet te willen. Maar wanneer komt iemand in aanmerking voor orgaandonatie? En hoe gaat zo’n donatie-procedure eigenlijk in zijn werk?  Meint Volbeda, donatie-intensivist in het UMCG, legt uit wat er verandert, en wat er allemaal komt kijken bij orgaandonatie.​

Door de berichtgeving over de nieuwe donorwet lijkt het net alsof straks iedereen zonder Nee-registratie ook daadwerkelijk zijn organen zal doneren. Dat is niet het geval”, zegt Meint Volbeda. Maar kom je in de situatie dat je donor kán zijn, dan is het dankzij de nieuwe wet duidelijker of je dat ook inderdaad wíl zijn.”  

​Volbeda is donatie-intensivist; hij werkt op de Intensive Care afdeling van het UMCG, en is gespecialiseerd in orgaandonatie. “Mijn streven is om donatieprocedures zo goed mogelijk te laten verlopen.” 

​Een heel klein deel

Orgaandonatie kan alleen plaatsvinden vanaf een intensive care  bij patiënten die zwaar letsel hebben, waarbij verder behandelen zinloos is. “Na een ongeluk bijvoorbeeld, na een zware hersenbloeding, of wanneer iemand een hartstilstand heeft gehad en gereanimeerd is en de hersenen beschadigd zijn door zuurstofgebrek”, legt Volbeda uit. Dus niet als iemand buiten op straat overlijdt of buiten de intensive care in het ziekenhuis overlijdt. 

Dat betekent dat maar bij een heel klein deel van de mensen die zich niet met Nee geregistreerd hebben, daadwerkelijk orgaandonatie zal plaatsvinden. In 2019 bijvoorbeeld, zijn er 151.885 mensen overleden, waarvan 238 hun organen hebben gedoneerd.

“Vooropgesteld: iemand die bij ons binnenkomt op de IC is onze patiënt, en we doen er alles aan om iemand beter te maken”, zegt Volbeda. “Als duidelijk is dat dat niet lukt, en dat we, ondanks alle mogelijkheden die we hebben, de patiënt niet verder kunnen behandelen, dan pas kijken we: is hij geschikt voor orgaandonatie?”  

Als iemand kanker heeft, of in het verleden heeft gehad, dan is orgaandonatie meestal geen optie. Ook bij een aantal andere ziektes, of zeer hoge leeftijd, is donatie niet mogelijk. 

“Tot welke leeftijd een patiënt kan doneren is afhankelijk van de situatie”, zegt Volbeda. “Lijkt iemand geschikt te zijn voor orgaandonatie, dan wordt door de arts op de intensive care gecheckt of die patiënt zijn wens ten aanzien van donatie geregistreerd heeft in het donorregister. Iemand kan zich actief hebben geregistreerd met Ja, of juist met Nee, of kan hebben vastgelegd de keuze aan de nabestaanden over te laten.​ 

​Niet geregistreerd

Volbeda: “We krijgen er nu vaak mee te maken dat iemand niet geregistreerd staat. Wanneer er geen kans is op herstel, en we gaan met de familie praten over de mogelijkheid van orgaandonatie, dan moet de familie een besluit nemen. Vaak is er nooit gesproken over donatie en weet de familie niet of de patiënt dit zou willen.” 

Iedereen van 18 jaar en ouder die nu nog geen keuze in het donorregister heeft aangegeven, krijgt na 1 juli  per brief de vraag om dit alsnog te doen. Wie na twee brieven geen keuze gemaakt heeft, komt met Geen bezwaar in het donorregister, wat, net als een Ja-registratie, betekent dat er toestemming is voor donatie. 

Dit kan rust geven bij de familie. Doordat de patiënt zelf zijn wens al kenbaar heeft gemaakt hoeven zij die moeilijke beslissing niet te maken.” Dat betekent niet dat er geen gesprek met de familie wordt gevoerd. “Dat deden we altijd al - volgens de nieuwe wet zijn we dit zelfs verplicht.” 

“Wanneer nabestaanden aannemelijk maken dat de Ja- of Geen bezwaar-registratie niet de wens van de patiënt vertegenwoordigt, kan er afgezien worden van donatie”, zegt Volbeda. “En als er niemand is om over de registratie te praten, dan kan orgaandonatie niet plaatsvinden.” 

De wens van de patiënt

Het uitgangspunt van de nieuwe wet is volgens Volbeda om zoveel mogelijk recht te doen aan de wens van de patiënt. “De wens van de patiënt is leidend. Een Nee-registratie kan nooit een Ja worden, ook niet als de familie zegt: we weten zeker dat hij dat anders had gewild. 

Maar andersom kan het voorkomen dat een Ja-registratie zo moeilijk is voor nabestaanden dat we van donatie afzien. ​Zij moeten ermee verder, en we willen niet dat een toch al traumatische ervaring nóg erger wordt.”

Het is, zegt Volbeda, voor sommigen een heel moeilijk onderwerp om over te praten. “Soms is een registratie een heel concrete wens. De familie kan verrast zijn door de keuze van de patiënt, maar de wetenschap dat dit de wens van patiënt was en een goede uitleg over de procedure kan angst wegnemen.” 

Wilsonbekwaam​

Niet iedereen is in staat om de informatie over de nieuwe donorwet goed tot zich te nemen. De overheid zorgt daarom voor specifieke campagnes voor laaggeletterde mensen, en mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn.

​Met de invoering van de nieuwe wet kunnen ook patiënten die nooit wilsbekwaam zijn geweest doneren. Voorheen kon dit alleen bij wilsonbekwame patiënten die jonger waren dan 12 jaar. 

Volbeda: “Als een wilsonbekwame patiënt met Geen bezwaar in het nieuwe donorregister geregistreerd staat, is de registratie niet geldig. In zo’n geval zal voor orgaandonatie toestemming gevraagd moeten worden aan de wettelijk vertegenwoordiger of aan de nabestaanden, als de wettelijk vertegenwoordiger niet bereikbaar is.” 

​Donatieprocedure

Na het gesprek met de familie wordt de patiënt onderzocht om te zien of de organen geschikt zijn voor donatie. “Er wordt een longfoto gemaakt en de longen worden onderzocht met een bronchoscopie, er worden echo’s van de nieren, de lever en hart gemaakt, het bloed wordt onderzocht… We willen er zeker van zijn dat de organen van goede kwaliteit zijn. Een orgaan van matige kwaliteit helpt een ontvanger niet.” 

Lees meer: orgaanperfusie
In 2015 werd in het UMCG de orgaanperfusiekamer​ geopend, met perfusiemachines waar donororganen in kunnen worden bewaard en soms zelfs verbeterd.  In het UMCG wordt onderzoek gedaan naar het verbeteren van afgekeurde longen zodat ze toch getransplanteerd kunnen worden, en worden er proeven gedaan met het opknappen van donorlevers in een perfusiemachine om ze geschikt te maken voor transplantatie.​

Het duurt tussen de 10 en 24 uur voordat de donatieprocedure van start gaat. Dat is afhankelijk van de situatie, legt Volbeda uit: “Er is tijd nodig om te onderzoeken of de organen getransplanteerd kunnen worden, en er moet gekeken worden voor welke patiënten op de wachtlijst de organen geschikt zijn. 

Ook moet een team van chirurgen beschikbaar zijn om de te transplanteren organen direct na het overlijden uit te nemen, en de patiënten die uiteindelijk een orgaan ontvangen moeten opgenomen worden in een ziekenhuis waar de transplantatie plaatsvindt.

De betrokkenheid van het IC-team eindigt als de patiënt naar de OK gaat. “Donatie en transplantatie zijn twee gescheiden trajecten. Als de patiënt naar de OK gaat, zijn we er voor de nabestaanden.”  ​​

In het UMCG doneren uiteindelijk zo’n 20 mensen per jaar daadwerkelijk organen. Volbeda: “Een fractie van de mensen die niet met Nee geregistreerd staat in het donorregister, zal daadwerkelijk één of meer organen aan een ander doneren. Eén van mijn collega’s zegt altijd: ‘De kans dat je een orgaan nodig hebt is veel groter dan de kans dat je ooit donor wordt’.” ​ 

De nieuwe donorwet
Naast donatie van het hart, de lever, de longen, de nieren, de alvleesklier, wordt in de donorregistratie ook donatie van weefsel, zoals huid, bot, hartkleppen en hoornvliezen vastgelegd. Informatie over de nieuwe wet staat op de website donorregistratie
​Bekijk hier een video over de nieuwe donorwet. 

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.