"We zijn continu op zoek naar evenwicht"

, door Theone Joostensz
foto: Shutterstock

Patiënten met een kwaadaardige vorm van bloedkanker, zoals acute leukemie, krijgen naast chemotherapie vaak ook een stamceltransplantatie om weer gezonde bloedcellen aan te maken en het laatste restje kankercellen te bestrijden. Sommige patiënten krijgen na de transplantatie echter ernstige afstotingsklachten. Ze kunnen daar zelfs aan overlijden. Over de mogelijkheden en risico's van stamceltransplantatie gaat de Medische Publieksacademie van 17 oktober.
 
“Stamceltransplantatie is een zware en risicovolle procedure die we pas inzetten als alle andere behandelingen niet werken”, zegt Marco de Groot, hematoloog bij het UMCG.

“Bovendien moet de patiënt na de transplantatie een goede kans maken op genezing. Hij moet in een goede conditie verkeren en mag geen andere ernstige ziektes hebben. De leeftijd van de patiënt is minder van belang: we kunnen tegenwoordig ook patiënten van 60 jaar en ouder transplanteren. Wel krijgen oudere patiënten minder intense chemotherapie dan jongere. Dat heeft te maken met de complicaties die chemo met zich meebrengt.”

Stamceltransplantatie in het kort

Voor het voorbeeld nemen we even een jonge patiënt. Die krijgt voorafgaand aan de stamceltransplantatie een hoge dosis chemo toegediend om de kanker zoveel mogelijk uit te roeien. Het afweersysteem wordt daardoor ook vernietigd.

Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar is noodzakelijk. Want anders zou het lichaam van de patiënt zich keren tegen de donorstamcellen die de kanker juist moeten bevechten. Als zijn weerstand tot het nulpunt is gedaald, krijgt de patiënt de donorstamcellen via een infuus in zijn bloedbaan. De nieuwkomers gaan meteen op zoek naar het beenmerg, de natuurlijke habitat van stamcellen, en nestelen zich daar. Ze maken gezonde bloedcellen aan en bouwen zo het immuunsysteem weer op.

Omgekeerde afstoting

De patiënt heeft als het ware een nieuw immuunsysteem geïmplanteerd gekregen. Maar daarmee is de strijd vaak nog niet gestreden.

De Groot: “De donorcellen beschouwen de patiëntcellen die door de chemo beschadigd zijn, als hun vijand en vallen hen aan. Dat heet omgekeerde afstoting. Hierdoor kunnen de huid, de darmen, de longen en de lever van de patiënt ernstig aangetast worden. Om dit te voorkomen, geven we de patiënt medicamenten die deze omgekeerde afstoting moeten tegengaan.”

Goede match

Hoe beter de patiënt en de donor matchen, hoe kleiner de kans op omgekeerde afstoting. Laura Bungener, laboratoriumspecialist medische immunologie bij de afdeling Laboratoriumgeneeskunde van het UMCG, bepaalt de weefseltypering van de patiënt aan de hand van een buisje bloed. Daarna zoekt zij naar donoren die qua weefselkenmerken zoveel mogelijk op de patiënt lijken.

“We kijken eerst bij eventuele broers en zussen”, zegt ze. “Broers en zussen van dezelfde ouders komen namelijk genetisch het meest met elkaar overeen. Om deze reden zijn ouders geen ideale donorkandidaten voor hun kinderen, en omgekeerd. Zij zijn immers maar voor de helft identiek aan elkaar.”

Wereldwijde databank

Is er geen match binnen de familie, dan raadpleegt Bungener de wereldwijde databank voor stamceldonoren. “Daarin staan zo'n 30 miljoen donoren geregistreerd”, vertelt ze.

“Dat lijkt heel wat, maar er staan veel donoren in met dezelfde weefseltypering. Zeldzame typeringen zijn vaak lastig te vinden. In Nederland wonen veel mensen van gemengde afkomst. Dat zorgt voor combinaties die niet zo vaak voorkomen. Dus hoe meer -liefst jonge- Nederlanders met een gemixte achtergrond zich aanmelden als stamceldonor, hoe beter.”

Veranderingen

De techniek van stamceltransplantatie is de afgelopen tien jaar niet aanmerkelijk veranderd. De ondersteunende behandelingen echter wel. Zo zijn er nieuwe technieken waarmee betere weefseltyperingen gedaan kunnen worden. Ook komen er steeds effectievere antivirale- en antischimmelmiddelen op de markt die de patiënt beschermen tegen infecties.

Gerwin Huls, hoogleraar hemato-oncologie bij het UMCG: “Soms kunnen de omgekeerde afweerreacties zo heftig zijn dat ze een cascade aan problemen veroorzaken. Vroeger kregen we die niet goed onder controle. Maar tegenwoordig beschikken we over nieuwe afweeronderdrukkende middelen die het tij wél kunnen keren. Wat we willen, is dat de donorcellen de kankercellen aanvallen en dat ze tegelijkertijd het patiëntweefsel zo min mogelijk aantasten. Naar dat evenwicht zijn we continu op zoek. En wel zodanig dat de patiënt er zo weinig mogelijk last van heeft.”

Cellen herprogrammeren

Een heel nieuwe ontwikkeling is het 'herprogrammeren' van afweercellen van de patiënt. Het grote voordeel van deze behandeling is dat er geen donor nodig is. Ook is het risico op afstoting klein.

Huls: “Deze procedure gaan we binnenkort voor het eerst uitvoeren in het UMCG. We nemen dan afweercellen af bij de patiënt die in het laboratorium zó worden gemanipuleerd dat ze tumorcellen gaan herkennen en vernietigen. Na deze complexe bewerking worden de cellen teruggegeven aan de patiënt zodat die de zeer resistente ziekte kunnen aanvallen. De eerste resultaten zien er gunstig uit. Al kunnen patiënten wel last krijgen van ernstige ontstekingsreacties.”

Opschuiven leeftijd

De grootste verandering van de afgelopen jaren is toch wel dat de leeftijd van de patiënt is opgeschoven. Voorheen lag die grens bij 60 jaar, tegenwoordig komen ook patiënten van boven de 60 in aanmerking voor een stamceltransplantatie. Zij het met minder intense chemotherapie dan jongere patiënten, maar de mogelijkheid is er.

“Complicaties door omgekeerde afstoting en infecties hebben we veel beter onder controle dan vroeger”, zegt De Groot. “Daardoor kunnen we niet alleen ouderen, maar ook patiënten met een minder goede donormatch beter behandelen. Tegenwoordig kunnen we dus meer mensen helpen met stamceltransplantatie die daar voorheen niet voor in aanmerking kwamen.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.