Wie oud wordt, krijgt staar

, door Margriet Bos

Staar is een typische verouderingsziekte. Wie tijd van leven heeft merkt op een dag dat een kruiswoordraadsel maken lastig wordt of autorijden in het donker eigenlijk niet meer wil. Maar na een operatie keert het heldere zicht voor vrijwel iedereen terug. In het UMCG wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor nog beter zicht.

Wanneer je van iedere zestigjarige de ooglens onder de microscoop zou leggen, vind je altijd wel een begin van staar: een verandering in de structuur van lenseiwitten die ervoor zorgt dat de ooglens troebeler wordt. Meestal heeft een zestigjarige er nog geen last van, de gemiddelde leeftijd waarop mensen aan staar geopereerd worden is 73 jaar. In Nederland worden elk jaar 150.000 mensen met een operatie van hun slechte zicht afgeholpen.

Het oog als een digitale camera

Op een kwart diepte van het hoornvlies zit de ooglens. Die zorgt ervoor dat invallend licht scherp wordt gesteld, zodat er een helder beeld ontstaat op het netvlies achter in het oog. Het netvlies heeft dezelfde functie als de beeldsensor in een digitale fotocamera: het registreert het beeld en stuurt de informatie door naar de hersenen. Zo krijg je scherp zicht. Staar is wel te vergelijken met een fototoestel dat een vieze lens heeft.

Operatie van 15 minuten

Een standaard staaroperatie duurt tien minuten tot een kwartier. De oogarts vergruist de troebele ooglens en verwijdert die. Vervolgens plaatst hij of zij een heldere plastic kunstlens terug. Dat gebeurt door in het oog een kleine opening van twee tot drie millimeter breed te maken. De succeskans van de operatie is groot, 98 procent ziet daarna weer goed. Bij de resterende 2 procent ontstaan problemen waardoor meer zorg en tijd nodig is. Patiënten moeten bijvoorbeeld langer oogdruppels gebruiken en soms is er zelfs een extra operatie nodig. Maar uiteindelijk zal vrijwel iedereen beter zien dan voor de operatie en de nieuwe lens gaat de rest van het leven mee.

Leesbril blijft nodig

Bij een staaroperatie krijgt een patiënt meestal een kunstlensje dat ervoor zorgt dat het vertezicht scherp is. Voor scherp zicht op leesafstand blijft dan een leesbril nodig. Er bestaan wel kunstlensjes die twee brandpunten hebben zodat patiënten na de operatie tegelijkertijd dichtbij en veraf kunnen zien. Maar deze bifocale lensjes hebben op dit moment nog veel nadelen, weten de oogartsen en onderzoekers Remco Stoutenbeek en Steven Koopmans. Zij hielden merken dat hun patiënten steeds meer verwachten. “Over het algemeen zijn ze super tevreden”, zegt Stoutenbeek. “Maar we moeten van tevoren goed uitleggen wat ze kunnen verwachten. Zo kan zeker niet iedereen zijn bril zomaar wegdoen.“

Op zoek naar de ultieme kunstlens

Om met de nieuwe kunstlens het scherpste beeld te krijgen, moet deze lens afbeeldingsfouten die in het hoornvlies van het oog zitten, corrigeren. Daarvoor is het nodig om het hoornvlies precies op te meten, om te kunnen berekenen welke patiënt welke kunstlens nodig heeft. Oogarts en onderzoeker Steven Koopmans weet waar die kunstlens aan moet voldoen. “We doen hier samen met het bedrijf Abott Medical Optics (AMO) onderzoek met een model waarbij we heel precies kunnen berekenen hoe we een persoonlijke, op maat gemaakte kunstlens kunnen maken.” Of de lens een fractie naar voren of achteren zit in het oog, maakt veel uit en is voor iedere mens weer anders. We weten hoe we het willen hebben, maar de precieze uitvoering van het opmeten en plaatsen, daaraan werken we nog.”

Hoe kunnen we nastaar voorkomen

In het UMCG wordt ook onderzoek gedaan naar nastaar. “Dat doen we samen met de afdeling Biomaterialen”, vertelt Koopmans. “Bij een staaroperatie haal je de troebele lens weg, maar blijft het lenskapsel dat er in zat, ach​ter. Daar hangen we de kunstlens in op. Nou blijven er bij dat kapsel cellen achter die uitgroeien tot iets nieuws. Die groei gaat chaotisch, er vormt zich littekenaanslag en uiteindelijk kan iemand een troebel lenskapsel krijgen. Voor de patiënt lijkt het dan alsof de staar terug is. We kunnen wel invloed uitoefenen op het gedrag van deze cellen, maar helemaal wegblijven, doen ze niet. Hoe we het gedrag van de cellen zodanig kunnen beïnvloeden dat nastaar voorkomen wordt, daar zijn we naar op zoek.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.