De eerste 1000 dagen

, door Marte van Santen
foto: Henk Veenstra

Je kunt het je moeilijk voorstellen als je een schattig baby’tje ziet. Maar de eerste duizend dagen - van de conceptie tot de tweede verjaardag - zijn mede bepalend voor iemands levenslange gezondheid. Bijzonder hoogleraar kindergeneeskunde Eline van der Beek onderzoekt de komende jaren hoe je de ontwikkeling in die periode met behulp van voeding positief kunt beïnvloeden. Op 31 januari houdt ze haar oratie.

Waarom zijn juist de eerste duizend dagen van iemands leven zo cruciaal?

“Dit is een periode van ongekende groei. Alle organen, weefsels en lichaamsprocessen worden dan gevormd en ‘geprogrammeerd’ over hoe ze de rest van je leven hun werk moeten doen.”

Dat gebeurt niet bij iedereen op dezelfde manier?

“Nee. Naar schatting is 20 procent van je gezondheid bepaald door genen en 80 procent door omgevingsfactoren. Een belangrijke externe factor hierin is de voeding die je de eerste duizend dagen binnenkrijgt, eerst in de buik van je moeder, later in de vorm van je dagelijkse voeding. De combinatie en hoeveelheid van voedingsstoffen hebben een grote invloed op hoe je lichaam zich ontwikkelt en later functioneert.”

Hoe werkt dat dan?

“Het gaat erom dat je de juiste balans tussen koolhydraten, eiwitten en vetten binnenkrijgt om alle systemen optimaal te kunnen instellen. Verander je iets in die mix, dan kan dat effect hebben op bijvoorbeeld hoe allergiegevoelig een kind wordt. Of op hoe het lichaam vet verbrandt of opslaat. Eens geprogrammeerd, blijft geprogrammeerd. Zo kan het voedingspatroon in de eerste duizend dagen dus grote invloed hebben op je risico op bijvoorbeeld diabetes en hart- en vaatziekten op latere leeftijd.

En dat begint dus al voor de geboorte.

“Zeker weten! Vanaf de conceptie, of eigenlijk nog daarvoor. De gezondheid van de ouders en moeders voedingspatroon voor en tijdens de zwangerschap, hebben een grote impact op de ontwikkeling van een foetus. Soms is die heel duidelijk, bijvoorbeeld als een aanstaande moeder drinkt en haar kindje met foetaal alcohol syndroom wordt geboren. Maar er zijn ook minder zichtbare gevolgen van voeding, bijvoorbeeld op hoe de stofwisseling van een kind werkt. Daar ga ik in het UMCG onderzoek naar doen.” 

Waarnaar precies?

“Naar schatting 1 op de 7 zwangere vrouwen krijgt te maken met zwangerschapsdiabetes, oftewel een te hoge bloedsuikerspiegel. We willen graag beter begrijpen hoe die aandoening de ontwikkeling en groei van een kind voor en na de geboorte beïnvloedt. Daarnaast wil ik onderzoeken hoe je de eventuele negatieve gevolgen voor moeder en kind met behulp van voeding voor, tijdens en/of na de zwangerschap mogelijk voor kunt zijn of kunt ‘repareren’. Om te voorkomen dat het kind als het ware al met een achterstand start.”

Hoe zou dat dan kunnen?

“De afgelopen jaren heb ik veel onderzoek gedaan naar hoe aanpassingen in de samenstelling en structuur van bijvoorbeeld eiwit en vet de verwerking en het gebruik ervan door het lichaam kunnen veranderen. Vergelijk het maar met groentesoep. Die kun je maken door groenten in een bouillon te serveren, of je kunt de groenten en bouillon samen pureren tot een gebonden soep. In beide gevallen heb je dezelfde ingrediënten gebruikt, maar omdat je de structuur verandert, worden die op een andere manier door het lichaam gebruikt. Dat principe willen we inzetten om de ontwikkeling van bepaalde lichaamsprocessen positief te beïnvloeden.”

Dat klinkt nogal abstract.

“Op dit moment is het dat ook nog - veel van het onderzoek is experimenteel. Maar het is zeker mijn bedoeling om de uitkomsten zo snel mogelijk naar de praktijk te vertalen, bijvoorbeeld in de vorm van concrete adviezen voor (aanstaande) moeders.”

Waarom kiest u voor het UMCG?

“Er is hier een grote en internationaal befaamde onderzoeksgroep kindergeneeskunde met veel kennis op het gebied van vetstofwisseling. Maar de rol van voeding is daarin - net als in de hele geneeskunde - nog onderbelicht. Daar kan ik iets aan toevoegen. Anderzijds heb ik veel baat bij de samenwerking met andere disciplines, zoals de gynaecologie, verloskunde en epidemiologie.”

U werkt als research director Early Life Development bij Nutricia Research in Utrecht. Uw werkgever betaalt uw aanstelling als bijzonder hoogleraar in het UMCG voor één dag per week. Zorgt dat niet voor belangenverstrengeling?

“Die vraag krijg ik vaak en uiteraard ben ik daar heel alert op. Mijn contract met het UMCG gaat over het doen van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, dat moet leiden tot nieuwe inzichten. Ik ga dus geen producten van Nutricia testen.”

Toch zullen veel buitenstaanders denken: wie betaalt, bepaalt.

“Ik weet dat veel mensen huiverig zijn voor deze vorm van publiek-private samenwerking. Maar ik werk natuurlijk niet alleen - ik heb tal van wetenschappers om me heen die me scherp houden. Bovendien worden de uitkomsten van onze onderzoeken breed gedeeld, zodat iedereen er baat bij heeft.”

Uw aanstelling is voor vijf jaar. Wat hoopt u daarna concreet te hebben bereikt?

“Dat we ons er als maatschappij beter van bewust zijn hoe groot de invloed van de gezondheid van een aanstaande moeder en van de vroege ontwikkeling is op het levenslange ziekterisico van een kind. In het verlengde daarvan zouden we heel anders naar de zorg voor zwangeren moeten gaan kijken. Ernstig overgewicht is bijvoorbeeld een grote risicofactor voor moeder én kind. Door daar eerder op in te grijpen, zouden we veel negatieve gezondheidseffecten op lange termijn kunnen voorkomen.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.