De late gevolgen van het hartinfarct

, door Angela Rijnen
foto: Antoinette Borchert

Het hartinfarct leeft onder de mensen. Dat merkten de UMCG-cardiologen Peter van der Meer en Erik Lipsic ruim voordat ze op 29 maart de Medische Publieksacademie over dit onderwerp verzorgden. De avond was al weken vooraf driemaal overboekt. 

Ze zijn beiden op hetzelfde onderwerp gepromoveerd in Groningen. Ze onderzochten of het middel erytropoëtine, beter bekend als EPO, hartschade na een hartinfarct kon beperken. Die periode, waarin ze samen ook voordrachten hielden, ligt alweer zo’n tien jaar achter hen. Peter van der Meer is inmiddels medisch hoofd van de Hartbewaking in het UMCG en Erik Lipsic medisch hoofd van de afdeling Hartcatheterisatie. Ze werken nog altijd veel samen, ook in de collegezaal.

​Dotteren

De mooie kant van hun publiekscollege gaat over de ontwikkelingen die zich de laatste 20 tot 30 jaar hebben voorgedaan in de behandeling van het acute hartinfarct. Erik Lipsic: “Een infarct ontstaat door afsluiting van een kransslagader, waardoor een deel van het hart geen zuurstof meer krijgt. Sinds zo’n twintig jaar behandelen we infarcten door het afgesloten vat te openen: dotteren. 

Twee jaar geleden hebben we een onderzoek afgerond naar een geneesmiddel waarvan we hoopten dat het hartspierschade na een eerste hartinfarct verder kon bep​erken. Er bleek geen verschil te zijn tussen mensen die dit middel wel kregen en de groep die het niet kreeg. Wel zagen we dat de totale groep na hun hartinfarct gemiddeld zeer beperkte schade had.”

​Gillende sirene

Een gezond hart pompt per hartslag gemiddeld 60 procent van de bloedvoorraad van de linker hartkamer in de lichaamsslagader. Bij de onderzochte groep was dat gemiddeld 54 procent. “Dan hebben we het over een eerste hartinfarct, zonder complicaties, zegt Peter van der Meer. 

Dat die schade over het algemeen meevalt is volgens hem niet louter te danken aan het dotteren. Ook de manier waarop de acute zorg in de regio geregeld is, draagt er aan​​​​​ bij. “Iemand belt naar 112 vanwege pijn op de borst, de ambulance komt, maakt een hartfilmpje, faxt ons de resultaten, die wij meteen beoordelen. De ambulance vertrekt met gillende sirene en in het UMCG staat het team dan al klaar.” Als een patiënt pas uren na het ontstaan van klachten belt, is de uitkomst beslist slechter.”

​​​Toch kan – meestal bij een groot, gecompliceerd of te laat behandeld hartinfarct - de hartfunctie nog altijd ernstig verminderen, wat tot hartfalen kan leiden. Behalve door het afsterven van een stuk hartspier kan hartfalen ook ontstaan door het ‘stug’ worden van het hart. 

Vóórdat het hart bloed het lichaam in kan pompen, moet het bloed uit de bloedsomloop ‘aanzuigen’, legt Peter van der Meer uit. “Daarvoor moet het hart ontspannen. Dat lukt onvoldoende als het stug is. Dit fenomeen begrijpen we nog onvoldoende en we kunnen het niet goed behandelen. Er is helaas geen bewezen werkzame therapie voor.” 

Steunhart

Van der Meer constateert dat mensen na een hartinfarct veel langer, maar anders overleven. “Vroeger kregen ze na een infarct vaak fatale hartritmestoornissen. Nu zien we meer mensen in een eindstadium met ernstig hartfalen. Dat verschuift.” 

De late gevolgen van het hartinfarct vormen één van de speerpunten van de afdeling cardiologie, zegt hij. “Zo werken we aan het steunhart voor mensen die ondanks het dotteren zoveel hartschade hebben dat hun hart onvoldoende werkt. Dat steunhart is een pompje in de buik met een slangetje dat bloed uit het hart aanzuigt en in de aorta, de grote lichaamsslagader, injecteert. Voor die behandeling komt een kleine groep patiënten in aanmerking, want het is een ingrijpende operatie en de vooruitzichten moeten goed zijn.”

Bestuderen hoe het hart functioneert

​Het stug worden van het hart wordt inmiddels ook onderzocht in een grote studie. Van der Meer: “We plaatsen bij mensen memory-sticks onder de huid waarmee we kunnen bestuderen hoe het hart functioneert. In combinatie met beeldvorming en bloedonderzoek proberen we te achterhalen waarom het hart van de ene patiënt stug wordt en dat van de ander niet.”

Erik Lipsic noemt preventie van een volgend infarct als ander aandachtspunt voor onderzoek. “Een hartinfarct is het gevolg van slagaderverkalking. Die ziekte stopt niet na het krijgen van een infarct. Iemand die eerder een infarct heeft gehad heeft een hoger risico opnieuw een infarct te krijgen. We zijn op zoek naar medicijnen die dat risico zouden kunnen verlagen.”

​Fenomenen onthullen

En dat haakt ook aan bij de grote vraag: hoe en waarom ontstaan hart- en vaatziekten? “In samenwerking met LifeLines en een team van clinici, genetici en biologen hopen we dat te ontrafelen”, besluit Lipsic. 

Het onderzoek richt zich niet op de vraag of roken of niet roken een goede voorspeller is, maar vergelijkt op gen- en eiwitniveau verschillende groepen mensen. De hoop is om fenomenen te onthullen die het proces sturen waarvan een hartinfarct - en soms hartfalen - de uitkomst is, of processen die er mogelijk tegen beschermen. Wellicht lukt het dan ooit het infarct voor te blijven. 

​​Informatie over de behandeling van een hartinfarct in het UMCG​

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.