Als een wespensteek levensbedreigend is

, door Theone Joostensz
foto: Pixabay

Het is wereld allergieweek, en in het UMCG vindt tot en met zaterdag het internationale congres insectenallergie plaats. Een belangrijk onderwerp is mastocytose. ‘Ernstige insectenallergie is vaak het gevolg van deze onderliggende aandoening’, zegt allergoloog Hanneke Oude Elberink,  hoofd van het internationaal mastocytose expertisecentrum van het UMCG.

Mastocytose is een zeldzame aandoening, maar 10 op de 100.000 mensen lijden eraan. Maar van patiënten met een ernstige insectenallergie blijkt 1 op de 10 patiënten mastocytose te hebben. Patiënten met mastocytose hebben een teveel aan mestcellen in hun lichaam.

Mestcellen fungeren als een soort poortwachters die ons beschermen tegen stoffen van buitenaf, zoals parasieten, virussen en gifstoffen afkomstig van slangen of insecten. Ze hebben ook een boel stoffen in zich waar mensen met mastocytose last van hebben. Dat uit zich in bijvoorbeeld maag- en darmklachten, moeheid, ernstige botontkalking en dus ook hevige allergische reacties.

Congres insectenallergie

“Als een patiënt met mastocytose gestoken wordt door een wesp, dan moet hij veel intensiever behandeld worden”, zegt Oude Elberink, die wereldwijd een van de weinige experts is op het gebied van insectenallergie.

“Deze groep moet ook levenslang behandeling blijven volgen. Het is dus van levensbelang dat we weten of iemand mastocytose heeft zodat hij de juiste behandeling krijgt. Mastocytose is echter lastig op te sporen. Vroeger dachten we dat een verhoogde aanwezigheid van het stofje tryptase in het bloed wees op mastocytose. En dat een normaal gehalte aan tryptase geen mastocytose betekent.”

Maar dat blijkt toch niet altijd te kloppen. “Mensen met een laag gehalte tryptase kunnen wél mastocytose hebben. Andersom, weten we sinds kort, hebben sommige mensen van nature een hoge concentratie tryptase in het bloed en toch geen mastocytose. De enige manier om zekerheid te krijgen, is een beenmergonderzoek. Maar dat is een pijnlijk onderzoek dat je iemand niet wilt aandoen als het niet nodig is.”

Immunotherapie

Een behandeling tegen ernstige insectenallergie is het voorschrijven van een noodpen. Daarmee kan de patiënt zichzelf een adrenaline-injectie geven. Dat maakt niet dat mensen zich minder bang voelen, weet Oude Elberink: “De angst om gestoken te worden, heeft veel impact op hoe mensen zich gedragen, zeker in de zomer. Immunotherapie maakt dat mensen zich veel rustiger voelen, ook mensen met mastocytose. Al werkt deze behandeling bij hen minder goed. Wat daarvan de reden is, daar hopen we snel een antwoord op te vinden.”

Zuid-Europese wesp

Tegenwoordig zijn wetenschappers steeds beter in staat om te bepalen door welk insect – vaak een soort wesp – iemand gestoken is. Oude Elberink: “We komen steeds vaker mensen tegen die door een hoornaar zijn gestoken of door een Zuid-Europese wesp, de polistes. Die laatste komt, waarschijnlijk door de klimaatverandering, hier steeds vaker voor. Door betere diagnostiek kunnen we veel specifiekere adviezen geven. Dat is nodig, omdat een steek van de polistes behandeld moet worden met een ander soort immunotherapie.”

En misschien ligt het antwoord uiteindelijk wel in die vermaledijde mestcel. Oude Elberink: “De mestcel bevat ook enzymen die gifstoffen van insecten en slangen kunnen afbreken. Op het congres worden data gepresenteerd die aantonen dat mestcellen niet alleen maar kwalijke effecten hebben, maar ook heilzame. De vraag is wanneer het doorslaat naar de allergische kant en wanneer het beschermend blijft.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.