Voetbalprofessor Chris Visscher zwaait af

, door Ellis Ellenbroek
foto: Henk Veenstra

Of zijn afscheid een treurig tintje heeft omdat Nederland niet mee doet aan het EK Voetbal? Nou nee hoor, zegt Chris Visscher. Misschien wordt het feestelijke symposium – vandaag, 17 juni - wel juist extra druk. Niemand hoeft immers thuis te blijven voor een pot van Oranje.

Hoogleraar Chris Visscher (65) zwaait vandaag af als hoofd van het Centrum voor Bewegingswetenschappen. Ze noemen hem de voetbalprofessor. Dat komt: ooit was hij een verdienstelijk voetballer. Hij haalde ook een licentie waarmee hij een jaar assistent-trainer bij FC Groningen was. Maar de titel voetbalprofessor dankt hij, denkt hij, vooral aan de vele publicaties over voetbal. “Ik ben wereldwijd een van de wetenschappers met de meeste publicaties over voetbal op zijn naam.”

Talentontwikkeling – waarom haalt de een het wel en de ander niet? – werd een specialisme van Visscher, net als de relatie tussen sport en bewegen en onderwijs.

“Wat wij dachten is dat je gemotiveerd moet zijn om een doel te halen, maar het is eigenlijk zo dat je een doel moet hebben om gemotiveerd te blijven.”

Zelf was hij voor hij onderwijskunde ging studeren 15 jaar lang gymnastiekdocent.

In 2007 werd hij hoogleraar jeugdsport. Toen ging het al niet meer over voetbal alleen, maar ook over andere sporten en bewegen in het algemeen.

Beter denken

Van bewegen en sporten ga je beter denken. Vandaag zal Visscher zelfs stellen dat bewegen cognitie ís. “Wat ik tot nu toe altijd dacht is dat bewegen hand in hand gaat met cognitie, maar het is hetzelfde! Als je beweegt spelen er cognitieve processen. Dat kan niet anders. Op het moment dat jij hier de deur binnenkomt moet je nadenken hoe je dat gaat doen. Als je leert fietsen, moet je reageren op de omgeving. Als je voetbalt moet je voortdurend reageren op veranderende situaties en dat moet je zo automatiseren dat het bijna iets lichamelijks wordt.”

No Goals No Glory is de titel van het afscheidssymposium met bijdrages van FC Groningen-directeur Hans Nijland en oud-trainer Foppe de Haan.

Zonder doel geen motivatie

Het motto verwijst naar een ander inzicht van Visscher en zijn collega’s: wie geen doel heeft kan motivatie ook wel op zijn buik schrijven. “Het stellen van doelen is essentieel om iets te bereiken. Wat wij dachten, en wat iedereen zal denken, is dat je gemotiveerd moet zijn om een doel te halen, maar het is eigenlijk zo dat je een doel moet hebben om gemotiveerd te blijven. In een statistisch model loopt de pijl niet van motivatie naar doel, maar van doel naar motivatie.” Recent onderzoek onder schaatsers van Jong Oranje toonde het mechanisme aan.

Onderschat ook niet de rol van sporters in hun eigen leerproces. Wie bovenop dat proces zit en de regie neemt heeft meteen al een paar strepen voor. Als voorbeeld noemt Visscher oud-international Ruud van Nistelrooy, geen geboren topvoetballer, wel een harde werker die zijn eigen leerdoelen noteerde in een schriftje.

Ander voorbeeld, turner Epke Zonderland. Visscher spreekt de RUG-student geneeskunde af en toe. “Epke is heel goed in op een rijtje zetten waar hij aan moet voldoen om het hoogste te bereiken, en hij zoekt uit wie hem daarbij kan helpen. Daarom is hij in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2012 in Londen ook van trainer gewisseld.”

Topsport is niet het belangrijkste

Met een lange sportzomer voor de deur – Wimbledon, Tour, Olympische Spelen – en  de mooie prestaties van ‘onze’ Max Verstappen en Kiki Bertens nog op het netvlies is het verleidelijk vooral te praten over toppers en sterren.

Maar dat zou suggereren dat de Groningse bewegingswetenschappers vooral vertoeven in de hoogste sportregionen. Zeker, uit Groningen komt de interval shuttle run test om uithoudingsvermogen te meten en die wordt zelfs bij het Nederlands Elftal gebruikt. “Maar topsport is absoluut niet het belangrijkste.” 

Visscher zelf promoveerde destijds op een dissertatie over dovensport en deed onderzoek naar sport bij slechtziende kinderen en jongens en meisjes met intelligentieproblemen. Iedereen profiteert in meer of mindere mate van de positieve effecten van bewegen, luidt de boodschap die vergezeld gaat van het benadrukken van het belang van fatsoenlijk bewegingsonderwijs aan schoolkinderen.

“Epke is heel goed in op een rijtje zetten waar hij aan moet voldoen om het hoogste te bereiken, en hij zoekt uit wie hem daarbij kan helpen.”

“Van sporten word je slimmer. En dan bedoel ik niet beter in proefwerken, maar anders slim. Functies van hogere cognitieve orde verbeteren ervan. Probleemoplossend vermogen, werkgeheugen, cognitieve flexibiliteit, allemaal dingen die sturend zijn voor je gedrag.”

No Goals no Glory. Zijn eigen doelen waren al die jaren minder vast omschreven, bekent Visscher. Toch is hij trots op hoe hij het Centrum voor Bewegingswetenschappen na negen jaar leiderschap achterlaat. “Ik ben niet iemand die van tevoren heel scherpe doelen heeft, maar ik ben wel redelijk goed in het bedenken van nieuwe dingen die tevens realistisch zijn.”

Hij heeft lol gehad aan het ontwikkelen van de afdeling, was initiator van een Engelstalige master en minor Sport Science. En hij stond aan de wieg van het Sport Science Institute Groningen, een samenwerkingsverband van RUG en Hanzehogeschool en UMCG.

Niet betuttelen en niet alles reguleren

Nu gaat hij iets vaker golfen. Maar het werk is nog niet klaar. Hij houdt een kleine aanstelling en heeft nog elf promovendi. En dan zijn er nog de nodige clubs waar hij bestuurlijk actief is. Als hij de kans krijgt zal hij er nóg iets roepen wat hij belangrijk vindt: dat we onze sporttalenten niet zo moeten betuttelen en alles reguleren. Dat dat de dood in de pot is van talentontwikkeling. “Als je ziet hoeveel kinderen er gaan tennissen en hoeveel geld daarin omgaat en hoeveel tijd en energie er in wordt gestoken, door ouders ook. Iedereen denkt dat zijn kind de nieuwe Roger Federer wordt.”

“Die talentjes van FC Groningen hoeven bijna niks meer zelf te doen, ze worden bij wijze van spreken met een busje gehaald. En als ze iets niet goed doen roept de trainer meteen: Fout, je moet het zus of zo doen.’’

Laat de jeugd een beetje aanmodderen, vindt Visscher. “Vroeger als wij gingen voetballen regelde je alles zelf. Je maakte zelf een veldje, je sprak zelf de regels af. Je nam zelf de beslissing over een overtreding of niet.  En als ik ging hockeyen maakte ik zelf een stick van takken. In mijn beleving is het nadenken over hoe je dingen moet regelen al het begin van het leerproces. Dan wordt het veel meer jóuw doel, waar jij je verantwoordelijk voor voelt.”

Pagina delen Sluiten
 (optioneel)
Wat betekent dit?

Dit is een controle om vast te stellen dat u een menselijke bezoeker van deze pagina bent en geen zoekrobot.